Richtlijnen voor interactieontwerp voor samenwerkingsomgevingen

Citation
, XML
Auteurs

Abstract

Er is al veel geschreven op het gebied van Human Computer Interfacing (HCI) door bijvoorbeeld Nielsen en Preece. Daarnaast zijn er ook websites en blogs die zich volledig op dit onderwerp richten. Toch gaat er in heel veel schermontwerpen iets mis. Dit is dan ook een samenvatting, maar ook een beschouwing van richtlijnen die in de praktijk terugkomen en daarmee ook werken. De ervaringen zijn gebaseerd op de laatste 10 jaar interactieontwerp waarbij de digitale leeromgeving TeleTOP als beginpunt zijn genomen.

Richtlijnen voor interactieontwerp voor samenwerkingsomgevingen

Er is al veel geschreven op het gebied van Human Computer Interfacing (HCI) door bijvoorbeeld Nielsen en Preece. Daarnaast zijn er ook websites en blogs die zich volledig op dit onderwerp richten. Toch gaat er in heel veel schermontwerpen iets mis. Dit is dan ook een samenvatting, maar ook een beschouwing van richtlijnen die in de praktijk terugkomen en daarmee ook werken. De ervaringen zijn gebaseerd op de laatste 10 jaar interactieontwerp waarbij de digitale leeromgeving TeleTOP als beginpunt zijn genomen.

Eenduidigheid in kopjes in menu’s

Het benoemen van onderdelen is een van de belangrijkste onderdelen bij het maken van een schermontwerp. Menu’s op websites zijn de basis om gebruikers te sturen in hun acties. De naamgeving moet daarom aansluiten om de gebruikers, de taken en het doel van de omgeving. Daarbij zijn de toon, het abstractieniveau en de context essentiële overwegingen. Zo is een docent geen leraar, een klant geen customer, een archief geen documentbibliotheek, een contact geen adres en een opdracht niet een taak. Subtiele verschillen maken het verschil in de acceptatie, gebruik en toepasbaarheid van samenwerkingsomgevingen. Na het benoemen van verschillende onderdelen is het belangrijk dat deze ook in de interface met de zelfde naam blijven terugkomen. Door in de navigatie en in de pagina’s telkens dezelfde labels te gebruiken worden gebruikers bevestigd in hun acties.

What you see is what you get

Door de hoge complexiteit van toepassingen wordt het voor gebruikers steeds moeilijker om in te schatten hoe hun bijdrage wordt weergegeven. Daarnaast wordt het steeds moeilijker om te bepalen wie nu wat ziet. Verder is het ook nog voor veel gebruikers de vraag waarom iets wel of niet wordt getoond. In de huidige sociale websites zoals Facebook, Twitter en Linkedin is het steeds vager waarom en welke informatie nu getoond wordt. Het is daarom van groot belang om dit zo duidelijk mogelijk te maken in het schermontwerp. Dit kan door het schermontwerp voor presentatie zoveel mogelijk te laten lijken op die van bewerken. Ook is het goed om het aantal rollen en rechten zoveel mogelijk te beperken. Daarnaast moeten de verschillende gebruikers ook weten hoe ze een omgeving kunnen gebruiken en moeten basis interactie elementen zoals bewerkknoppen en knoppen om toe te kunnen voegen direct toegankelijk zijn. Deze onderdelen moeten natuurlijk niet getoond worden als een gebruiker daarvoor geen rechten heeft. Veel toepassingen zoals WordPress, Blackboard en Moodle maken een expliciet onderscheid tussen beheers en publicatie omgeving. Dit is leuk voor de abstracte denkers, maar funest voor de gemiddelde gebruiker. 

Logische eenheden

Als verschillende onderdelen bij elkaar horen zorg dan dat het kan. Bij het invoegen van een plaatje moet  er direct een mogelijkheid zijn om deze lokaal op de harde schijf of online te zoeken en selecteren. Dit geldt ook voor bijlagen die bij een tekst horen. Als een gebruiker bezig is om iets te schrijven of samen te stellen dan moet ook binnen die context de mogelijkheid gegeven worden om daar iets mee te doen. De afgelopen jaren was het in verschillende toepassingen zoals Wiki, Moodle, WordPress en SharePoint2007 alleen maar mogelijk om bestanden afzonderlijk op te slaan van de tekst en vervolgens handmatig verwijzingen te maken. Gelukkig wordt in de huidige toepassingen zoals Google pages en SharePoint2010 wel weer mogelijkheden gegeven om media en bestanden binnen een context toe te voegen.

Naamgeving

De naamgeving van knoppen en links bepaald volledig de verwachting van de gebruiker in termen van functionaliteit. De naamgeving moet daarom ook volledig overeenkomen met wat er aan interactie verwacht wordt.

Data als metadata

Het systematisch gebruik van metadata kan helpen om informatie op verschillende manieren te structureren. Metadata is vooral zinvol, bruikbaar en effectief als het ook deel uit maakt van de functie van een site. Heel veel metadata kan ook afgeleid worden uit de context waarin, door wie, waarom en hoe iets is gemaakt. Het is dan ook een kwestie om systematisch data te hergebruiken.

Sjablonen

Om sites consistent vorm te geven kunnen voor verschillende onderdelen sjablonen, formulieren en modellen gebruikt worden. Door kaders aan te geven en onderdelen op pagina’s te benoemen hebben gebruikers een beter beeld hoe het moet worden gebruikt. Het aanbieden van voorgestructureerde persoonlijke formulieren kan gebruikers helpen om systematisch informatie te structureren.

Doelbewustzijn

Wat  is het doel van de site, de functie, gebruik en gebruikers. Dit blijft in alle gevallen het uitgangspunt

Blijf bij de basis

De verwachtingen van een omgeving zijn hoog en blijven stijgen. Probleem is alleen dat de meeste gebruikers de complexiteit waar ze om vragen niet aankunnen. Versiebeheer is hier een goed voorbeeld van. Er wordt bijna altijd om gevraagd, maar in de praktijk blijkt het door onervarenheid en complexiteit niet gebruikt. Ga uit van de meest eenvoudige en functionele interface. Kijk goed naar voorbeelden van Google, hoe bereik je zo eenvoudig mogelijk het beste resultaat.